NML: Visie op goed ICT gebruik in het basisonderwijs

Door sebastius op maandag 31 januari 2011 23:16 - Reacties (5)
Categorie: -, Views: 3.419

Dit stuk is een onderdeel van mijn afstudeerwerkstuk, eigenlijk is het de kern van het verhaal. Het is een lang stuk, maar dat mag ook wel voor afstuderen ;). Graag hoor ik feedback van jullie, zelfs taal/spelfouten wil ik graag horen. Er staan twee verwijzingen in, naar Luc Steevens en Vygotski. In het echte werkstuk zit er een flink stuk over hen in. Ik denk dat dit visiestuk wel begrijpelijk is zonder deze extra informatie.

Goed onderwijs wordt gestuurd door een duidelijke visie. Goed ICT gebruik in het onderwijs vereist ook een visie. Tot op heden werd deze visie vaak opgesteld door ICT’ers, met als resultaat een technisch ICT leerdoel (ICT voor de ICT) of door mensen die wel verstand hadden van onderwijs maar weinig vertrouwd waren met ICT zodat de visie al snel achterhaald was of simpelweg uitbleef. Ook blijft bij veel scholen de visie steken op basale vaardigheden zoals informatie vergaren en enkele technische vaardigheden. In de klas wordt de computer vooral gebruikt voor de consumptie van informatie: filmpjes via het digibord en een mooi vormgegeven rekenles met een spel. Een nieuwe ontwikkeling is de term ‘mediawijsheid’ maar deze is nog nauwelijks neergedaald in de scholen.

De zin en onzin van ICT onderwijs

De wereld staat vol met computers en ondertussen zijn ook op de basisscholen redelijk moderne systemen te vinden in bruikbare hoeveelheden. Het belang van mediawijsheid is groter dan ooit en toch blijven scholen vaak steken op de techniek: het maken van een tekstdocument, een presentatie en iets opzoeken op een zoekmachine. Logisch ook: het zijn essentiŽle basisvaardigheden en de leerkracht kan helaas vaak niet veel meer. Maar de leerkracht valt door de mand: het kind kan dit al lang. Wat door de oudere generaties als hocus-pocus wordt bestempeld doet het kind intuÔtief. Is de volwassene angstig de (dure) computer te slopen, wordt het kind niet geremd door dergelijke belemmeringen. Kinderen uit groep 6 zitten al op sociale media, groep 8 zend zijn eigen geschoten filmmateriaal uit via YouTube en ondertussen zit de leerkracht nog steeds te bedenken hoe hij aan de kinderen uit kan leggen hoe ze het lettertype van een brief kunnen veranderen.

Dit moet anders. Uiteraard is het wenselijk dat leerkrachten gaan werken aan hun eigen digitale vaardigheid. Maar hier zit niet de kracht van de leraar! De school heeft immers al een grote populatie die intuÔtief de techniek begrijpt. Extra technische kennis is niet echt noodzakelijk. De leerkracht heeft, zeker met het verdwijnen van de onderwijsassistenten, hier niet eens de tijd voor. Maar wat een kind nog niet weet is hoe het die technische kennis kan inzetten om zichzelf te ontwikkelen. Een kind weet nog niet goed waar al die vaardigheden voor kunnen dienen. En daar hebben we de leerkracht voor. En hij staat niet alleen.

Zelfstandig

ICT onderwijs moet dus zelfstandig onderwijs worden en de nadruk hoeft niet meer te liggen op de technische vaardigheden. Programma’s zijn dusdanig ver ontwikkeld dat ze eigenlijk zonder handleiding of instructie te gebruiken zijn.
Momenteel wordt de computer in de school (en thuis) vooral gebruikt voor de consumptie van informatie. Filmmateriaal, informatieve teksten, spelletjes. Waar hier winst in te behalen is is in de reflectie: wat is de waarde van dit materiaal? Maar er is een grotere kracht om beter leren te stimuleren: creatie

De rijke ICT omgeving

Vygotski legde een direct verband tussen taal en de ontwikkeling van het denken. Het is dus van groot belang dat kinderen hun denkproces uiten. De computer wordt nog nauwelijks gebruikt om nieuwe dingen mee te maken. Natuurlijk kan een kind prima een werkstuk tikken of een tekening maken, wat ook goed is. Het is ten opzichte van pen en papier weinig vernieuwend, enkel eenvoudiger te corrigeren. Een computer kan zo veel meer. Filmbewerking, muziek componeren of eigen programma’s schrijven zijn slechts een paar van de mogelijkheden.

Een kind kan hier hele andere dingen doen met een computer dan dat het ooit had durven vermoeden. Nu is hij zelf de aansturing. Hij bepaalt wat er gebeurt op het scherm en dat is een krachtig gevoel. Hij kan eigen verhalen en denkprocessen op een unieke manier weergeven, misschien wel beter dan dat het ooit heeft gekund. Het kind voelt zich competent en autonoom, twee van de drie voorwaarden voor ontwikkeling volgens Luc Steevens.

De leerkracht kan hier slim op inspelen door deze nieuwe middelen niet alleen ‘recreatief’ te laten gebruiken maar ook als andere verwerkingsvorm voor traditionele opdrachten die bij bepaalde leerlingen niet aanslaan. Laat eens een leerling filmmuziek componeren bij een scŤne uit het lastige leesboek. Zo motiveert de verwerking het kind om toch die bladzijdes te lezen. Technische ondersteuning is niet nodig, enkel motiverende.

Een rijke ICT omgeving met een leerkracht die bewust is van de mogelijkheden heeft dus veel potentieel om leerlingen te motiveren. Zeker als de andere verwerkingsvormen onderdeel worden van de dagelijkse onderwijspraktijk hoeft het de leerkracht niet eens bijzonder veel tijd of energie te kosten. Een mini-documentaire maken in plaats van een werkstuk laat net zo veel inhoudelijke kennis zien en kost minder tijd om na te kijken.

Het digitale podium

De leus van Vygotski was ‘door anderen worden wij onszelf’. Ook Luc Steevens hecht groot belang aan de relatie met anderen. Reflectie van anderen is hierin een belangrijk speerpunt.

Normaliter in het onderwijs zien we weinig reflectie. De leerkracht kijkt het werk na, het kind verbetert het in het schrift en na 6 maanden gaat het schrift mee naar huis. Een enkele tekening wordt opgehangen. Spreekbeurten, toneelstukken en kunstwerken kunnen niet of nauwelijks bewaard worden.

Ook hier valt veel winst te behalen. De school richt een digitaal podium in. Hierop kan een kind (zelfstandig) publiceren. Elk kind heeft zijn eigen plekje en alles wat het kind maakt of doet kan er op. Een kind is direct gemotiveerd: elk werkstuk is de moeite waard. Het verdwijnt niet in een la, het wordt niet weggegooid, het wordt niet vergeten.
Het grote voordeel van een dergelijk podium zit in de reflectie. Een kind ziet zijn eigen werk terug en kan dat van anderen bekijken. Ook kan het weer terugkoppelen naar anderen.

Dit schept ook een gevoel van verantwoording. Een werkstuk moet ťcht goed zijn, anders valt het in het niet tussen de anderen. Een kind ziet heel direct zijn eigen ontwikkeling door de jaren en maanden heen en kan actief daar op inspelen.
In het digitale podium zien we dus alle voorwaarden van ontwikkeling: relatie, competentie en autonomie terug. Het kind kan zelf iets maken, het publiceren en anderen kunnen er naar kijken en er op reageren.

Het krachtigste wordt het podium . Dit door kinderen mede-eigenaar te maken van het leerproces. Gemaakt werk blijft altijd beschikbaar en kan dus gebruikt worden door volgende jaargroepen. Laat kinderen en de leerkracht hier actief voor publiceren! Alle bedachte trucs, alle gemaakte spreekbeurten, alle recensies van boeken kunnen een volgend kind een rijkere leeromgeving bieden. Ineens verandert een klas van een ‘van boven naar beneden’ structuur naar een gelijkwaardige omgeving waar leerlingen een blijvende indruk achterlaten en alle informatie kunnen vinden die ze maar nodig hebben om zichzelf te verbeteren.

En dat is het mooiste wat er is.

NML: Film Computergebruik Basisschool

Door sebastius op maandag 24 januari 2011 12:18 - Reacties (25)
CategorieŽn: Afstuderen, Onderwijs, Views: 3.113

Voor een wedstrijd heb ik een minifilm gemaakt over hoe we op onze school computers gebruiken. Ik denk dat geen enkele basisschool zo ontzettend ver is met multimedia (met als insteek dat kinderren hier zelfstandig mee aan de slag kunnen gaan ťn dat het inzetbaar is als extra onderwijsmethode):